In Cortonville’s virtuele expositieruimte hangt het werk van veelbelovende en vaak jonge kunstenaars. Ze vertellen wat ze maken en waarom. En bieden je daarmee een kijkje achter het linnen.
"Ik vind shockeren nog steeds leuk en ik heb altijd veel conflicten, dat is eigenlijk wel een rode draad in mijn leven. Sommige mensen kunnen niet leven zonder conflicten, ik denk dat ik ook zo iemand ben."
Een abnormaal interview, zo zou je mijn gesprek met Theo Wesselo aka Ted Hausmagger (1963) –voor velen beter bekend als die andere Rembo- kunnen omschrijven. Wat is dan een normaal interview?, vraag je je dan af. Tja, daar kan ik natuurlijk geen concreet antwoord op geven. Maar in dit gesprek loopt alles anders dan je zou verwachten. Veel geouwehoer, gewiekst ontwijkt Theo soms mijn vragen, of ketst hij ze op lompe wijze af, maar ergens daar tussenin krijg ik ook zeker veel serieuze én briljante antwoorden. Ik ontmoet het creatieve brein op een picknickbankje ergens langs de snelweg om te praten over muziek, kunst en gedichten. Onlangs heeft hij met zijn shitdiscoband Hausmagger, een nieuwe plaat uitgebracht; ‘Het Onderste Uit De Man (15 hits)’. Een album vol met platte en tegelijkertijd ook geniale teksten over mannenleed. Het heeft een meer experimenteel karakter dan de voorganger uit 2009 ‘Dicht & Sloopwerk’, waarop vooral een surfrocksound heerste. Naast zijn muzikale activiteiten opereert Theo Wesselo ook als kunstenaar. Zijn werk bestaat veelal uit provocerende tekeningen en collages met veel tekstelementen en vaak een humoristische ondertoon. Verder is de Rotterdammer ook nog actief als dichter.
Gitarist Ed de Pook heeft de band verlaten. Waarom ben je met Fuck the Writer gaan samenwerken?
Fuck the Writer, Fuck voor intimi, is gewoon een hele goeie gitarist. Daar kon ik niet omheen. Wat ik ook probeerde, het ging niet, en daarom hebben we het op een akkoordje gegooid, een makkelijk barre-akkoord. Daarnaast komt die gozer uit Groningen en m’n oma kwam daar ook vandaan. Ik heb superslechte herinneringen aan m’n oma en daarom hoop ik met Fuck daar een beetje overheen te komen.
Jouw teksten zijn veelal Nederlandstalig, op een paar Duitse nummers na. Wat heb jij met Nederlandstalige muziek?
Ik luister nauwelijks naar Nederlandstalige muziek, en ik vind nog steeds heel moeilijk om Nederlandse teksten te schrijven. Het is zo’n platte taal. Alles wat je zegt, herkent iedereen als dusdanig. Liever willen mensen het misschien ook niet horen. Wanneer je echte platte Engelse teksten in het Nederlands vertaalt, dan word je gewoon bij het vuilnis gezet. Als je ‘Ik hou van haar’ in het Nederlands zingt, dan moet je nog een nachtje doorgaan om het nog leuker te maken. Er is eigenlijk maar één band die ik leuk vind en dat is Electric Six, maar dat is dan weer niet Nederlands.
De samenstelling van de band is veranderd, wat voor invloed heeft dat gehad op de sound van Hausmagger?
Onze sound is anders. Na de vorige cd had ik wel gezien, ik vond het wel een lekker geluid, maar ik vind het niet heel erg fijn om een plaat te maken die hetzelfde klinkt. Ik ben Dick Dale niet! Ik nam daar geen genoegen meer mee, en ik wilde iets meer. Het was ook zeker een creatieve worsteling.
Vind je optreden eigenlijk leuk? Of is het een moetje voor jou? Het lijkt niet altijd even makkelijk af te gaan. Songteksten heb je bijvoorbeeld tijdens het optreden altijd bij de hand.
Ik moet eerlijk zijn en zeggen, dat ik optreden in de laatste maanden van het vorige jaar eerst geleidelijk en daarna gestaag minder leuk begon te vinden. Dat kwam natuurlijk ook door de sfeer tussen mij en Ed. Optreden is op zo'n moment hetzelfde als seks met je vrouw waarmee je in scheiding ligt, maar dat je het nog steeds voor de buurman doet, omdat je bijvoorbeeld met hem hebt afgesproken dat hij mag kijken wanneer hij jouw internetverbinding betaalt. ...Misschien een beetje vreemd voorbeeld, maar ik weet effe niks anders te verzinnen.
Een greep uit een tekst van jou van de nieuwe plaat: ‘Ik val op borderlijngrieten, met van die bipolaire tieten. Ik ga voor borderline, het mag ook gestoorder zijn’ Wat heb jij met deze grieten?
Na zo'n leven als dat van mij, kan je op een gegeven moment zien dat ook je liefdesleven een rode draad heeft gekregen... Terugkijkend kun je al die relaties, die scharrels, die blauwtjes, die chantages, die liefdes, als je ze zo wilt noemen, indelen...groeperen en in mijn geval vormden de meisjes met borderlijn de grootste hoop. Borderlijngrieten is dan ook een ode. Geen flauwe song om over de rug van een minderheid te scoren... Hoewel, minderheid... (lacht zonder emotie)
Alles wat je doet is behoorlijk expliciet, heeft dat te maken met de Rotterdamse 'recht- voor- zijn raap -mentaliteit'?
Dat zou kunnen. Ik kom oorspronkelijk uit Ridderkerk en zoals je weet zijn alle voorsteden van welke voorbeeld-stad dan ook een tikkeltje erger, rotter, en triester. Wanneer je uit Rotterdam komt, kan je eigenlijk al behoorlijk blasé doen tegenover iemand die uit Hendrik-Ido-Ambacht komt, omdat je... Maar denk eens aan die ruwe power, die frustratie,... aan dat conflict... en aan al het moois dat daar aan ten grondslag ligt... Conflict! Het verveelt nooit, maar jezus wat kan je d’r moe van worden.
Je hebt aan de Willem de Kooning Academie gestudeerd maar niet afgemaakt, wat voor werk maakte je in die tijd?
Toen maakte ik alleen maar werk om te shockeren, weet je. De docenten hadden mij allemaal dingen geleerd als bijvoorbeeld schilderen. Dat wil je dan niet doen, want je wil natuurlijk een bekende kunstenaar worden. De enige manier om dat te worden is, om andere kunstenaars te shockeren. Ofwel met fysieke dingen ofwel met slimme dingen. Ik wilde me afzetten tegen gasten die hoger zaten. Na vier jaar -de opleiding duurde 5 jaar- heeft iedereen een soort tentoonstelling in aanloop naar je eindexamen. Voor mijn expositie, heb ik schilderijen gemaakt van het stukje muur dat zich bevindt naast de bekendste en belangrijkste schilderijen uit de kunstgeschiedenis. Heb je wel eens naar het stukje muur gekeken naast de Mona Lisa? Dat heb ik geschilderd. Die stukjes zijn net zo belangrijk als het schilderij zelf. Het leuke was, ik zat natuurlijk alleen maar te wachten op de reacties van de leraren. Toen hebben zij gezegd wij kunnen jou hiermee niet aan een gecommitteerde voorstellen. Dit is gewoon conceptuele kunst, zei ik. We kunnen je zo niet laten doorgaan, was hun reactie. Ik zei: weet je wat jullie dan aan doen zijn, jullie flessen de boel! Toen ontstond in de academie een soort tweestrijd, de een zei dat het heel goed was, en de ander zei dat het helemaal niks was. Het was natuurlijk ook helemaal niks, maar daardoor was het wel heel goed in z’n ‘niksheid’. Ik wilde uiteindelijk wel eindexamen doen, maar dat mocht ik dus niet doen met het werk dat ik maakte. En toen wilde ik ook niet meer halen, want dan ben je niet meer consequent, en dan is dat vodje is ook niet veel waard.
Waar je op de academie mee bezig was, zie je daar nog wat van terug in de dingen waar je nu mee bezig bent?
Ja, in alles. Ik vind shockeren nog steeds leuk en ik heb altijd veel conflicten, dat is eigenlijk wel een rode draad in mijn leven. Sommige mensen kunnen niet leven zonder conflicten, ik denk dat ik ook zo’n iemand ben. Als het goed gaat, dan klopt het ergens niet. Dat kan niet. Nergens gaat het goed. Je hebt Ying en Yang, dat is ook niet goed, dat is ook altijd in beweging. Ik zoek conflicten, niet expres, dat heb ik in het verleden natuurlijk ook wel gedaan. Heel vervelend lekker lopen narren. Maar ik heb er gewoon een hekel aan, wanneer iedereen het voor de sake met elkaar eens is, die gematigdheid. Dat vind ik heel erg saai.
Wat is voor jou een ideaal schrijfmomentje?
Als je het over een ideaal schrijfmomentje hebt, zou je kunnen denken dat het gaat om een moment wat je opzettelijk voor jezelf creëert, net als een moment voor jezelf, een moment met Moccona of welke godvergeten theïne- of cafeïne-achtige dan ook. In mijn geval kan ik zeggen dat mijn hele leven lang het opschrijven van allerlei onbenulligheden een automatische schaduw-actie geworden is, dat langzamerhand een geheel begint te worden. Overigens geheel tot mijn eigen verbazing...
Ik las in een oud interview dat jij veel teksten al als kind hebt geschreven..
Ja, dat klopt, ik bewaar heel veel. Heb je die nummers van de nieuwe plaat al geluisterd? Die heb ik ongeveer geschreven toen ik 15 was, want die blijven heel lang zitten. Er is weinig aan veranderd. Alleen het refrein is anders, want kotsen had ik op die leeftijd nog niet mee gemaakt.
Veel van jouw werk heeft een humoristische ondertoon, moet alles grappig zijn wat je doet?
Helemaal niet. Ik vind het wel belangrijk dat je kan lachen bij de meeste dingen die je doet. D’r is niks zo erg als gasten die zichzelf te serieus nemen. Zullen we nu even keihard.... lachen?...
In koeienletters is het woord Fuck op je buik getatoeëerd...
Deze tattoo is in wezen een gedicht... En de titel van dat gedicht luidt: 'SHIT' Dus:... Het volgende gedicht heet 'SHIT'... en het gaat zo: 'FUCK!'... Het feit dat het gedicht zo onwaarschijnlijk groot op mijn lijer is getatoeëerd, door Kristel Met, van Inkstitution, is, omdat het in eerste instantie bedoeld is voor slechthorenden, die tevens niet heel scherp meer kunnen zien...
Let op! Op vrijdag 24 mei vindt de officiële elpee-release van ‘Het Onderste Uit De Man’ plaats in Bar Rotterdam. Deze elpee bevat twee bonus-tracks, die niet op de cd staan. Cortonville heeft de eer om als eerste een exclusieve track ten gehore te brengen. Houdt daarvoor deze week onze site en natuurlijk Facebook/ Twitter in de gaten!
De Art Division is een belangrijk onderdeel van de Groningse poptempel Vera. Deze creatieve afdeling ontwerpt en drukt voor elk concert van bands uit de internationale underground scene een affiche. Deze hangen onder andere in Vera en vinden gretig aftrek onder bezoekers, die na een concert een exemplaar van de muur rukken. Op de plek waar deze befaamde affiches gemaakt worden, ontmoet ik de zeer sympathieke illustrator en grafisch ontwerper Wytse Sterk (1975). Hij ontwerpt posters, T-shirts, logo’s en tattoo gerelateerde designs. Vorig jaar werd zijn werk zelfs nog bekroond met een grote solo-expositie in het –inmiddels ter ziele gegane-Tattoomuseum van Henk Schiffmacher. Terwijl de bescheiden Wytse druk bezig is om een affiche voor de band Endless Boogie te maken, staat hij mij –met Friese tongval- enthousiast te woord over zijn werk.
Kun je iets vertellen over de geschiedenis van de Art Division van Vera?
In de jaren ‘60 en ’70 - toen Vera nog een studentenvereniging was- werden er vooral politieke affiches gemaakt met de zeefdrukmethode, om protesten en acties aan te kondigen. Later toen Vera veranderde in een poppodium, werden de affiches gezeefdrukt om concerten te promoten. In de jaren ’80 werd dat voornamelijk gedaan door vrijwilligers/ autodidacten, die vaak geen werk hadden en regelmatig in Vera rondhingen. Mensen die daar eerst achter de bar stonden en dachten: hé dat lijkt me ook wel wat om te gaan doen. Later zijn ze daardoor toch professioneel in het illustratie- of ontwerpvak gerold. Momenteel werken we hier met 11 zeefdrukkers –ook op vrijwillige basis. Iedereen heeft een eigen handschrift of stijl.
Hoe ben jij op deze afdeling terecht gekomen?
Ik studeerde aan de kunstacademie in Groningen. Ik kwam wel eens bij een concertje in Vera, of ik fietste er langs, en dan zag ik die al die affiches voor de ramen hangen. Op een of andere manier kwam dat wel heel erg bij me binnen. Ik was vooral onder de indruk van die mooie verzameling van verschillende stijlen en kleuren. Daardoor wilde ik ook heel graag die posters gaan maken. In die tijd waren er echter al veel vrijwilligers die dat deden, waardoor er jammer genoeg geen plek was. Uiteindelijk mocht ik toch een keer op auditie komen bij de zeefdrukafdeling, maar toen ben ik afgewezen. Desondanks wilde ik het nog steeds héél graag doen. Toen heb ik maar de do-it-yourself mentaliteit toegepast: Ik dacht: als ik nou regelmatig een leuk ansichtkaartje teken en opstuur naar degene die de grafische afdeling coördineert binnen Vera, dan moet er een keer een kans zijn, dat ik word uitgenodigd. En zo geschiedde!
Die stijl die je toen hanteerde, is dat vergelijkbaar met nu?
Nee, ik heb echt wel een grote ontwikkeling doorgemaakt. In het begin wilde ik veel te veel vertellen op een affiche. Ik maakte destijds voornamelijk collageachtige dingen, opgebouwd uit verschillende lagen van bestaand fotomateriaal. Nu werk ik veel strakker en heel grafisch: eigenlijk zoals tatoeages zijn opgebouwd. Ik heb ook veel geleerd van de tatoeëerder Rinto, -een goede vriend van mij. Hij is een goede leermeester voor mij geweest: streng maar rechtvaardig!
Hoe ga jij te werk als je een affiche moet maken voor een band?
Je probeert je natuurlijk vaak in te roosteren voor een band waar je zelf ook echt iets mee hebt of waarvan je de muziek geweldig vindt. Wat trouwens niet altijd de meest mooie posters oplevert. Dan ontstaat er soms designersblock, omdat je voor je grote helden iets mag gaan maken. Af en toe is het ook wel prettig om een affiche te maken voor een band die je niet zo goed kent, maar die je dan qua ideeën toch goed naar je toe kunt trekken om er een mooi affiche van te maken. Ik zoek altijd info over de band op, maar de bandnaam, wil ik niet altijd letterlijk verbeelden. Als een band The Horse Company heet, dan vind ik het te makkelijk om er dan een paard op te zetten. Uit alle info over de band destilleer ik meestal één aanknopingspunt. Veelal een stilstaand beeld, wat toch een beetje prikkelend moet zijn en humor moet hebben. Dat je eraan voorbij loopt dat je denkt: hé wat was dat nou?, waardoor je er nog een tweede blik op werpt.
Heb je wel eens een klacht gehad van een muzikant over een affiche van jouw hand?
Ik had een concert van de Deense singer songwriter Tim Christensen uitgezocht om een affiche voor te maken, maar hij was er zwaar verbolgen over. De zanger dacht dat ik hem wilde beledigen, terwijl het helemaal niet mijn intentie was. Hij maakt hele gevoelige liedjes over de liefde en onzekerheid, en dat wilde ik uitvergroten in beeld. Ik had een aap gemaakt in een smoking, dat zich over een klein roosje buigt, dat uit de grond opkomt. En die aap kijkt heel dreigend naar het roosje, met een blik van: ik knip zo die knop van de roos eraf! Toen Tim Christensen het affiche zag hangen, hoorde Peter Weening -de programmeur van Vera - hem zeggen: ‘Do they think I’m a monkey in a fucking suit?’ Helemaal pissig dus. Haha! Dit is een mooi voorbeeld van hoe zo’n poster volledig anders geïnterpreteerd kan worden door degene voor wie het gemaakt is. Soms krijg je ook wel toffe reacties van bands, en word je gevraagd om meer artwork voor hun te ontwerpen, voor Triggerfinger bijvoorbeeld.
In jouw werk zie je veelal strips, tattoos en muziek voorbij komen. Waar kijk je nog meer naar?
Ik kijk altijd naar heel veel dingen: postzegels, kinderboeken, hele naïeve kunst, abstracte kunst, architectuur, films, oude verpakkingen etc. Kringloopwinkels vind ik ook fantastisch! Maar ook barokke, kitscherige lijsten bij de Xenos. Het zijn allemaal dingen die een bepaald soort mooiheid hebben zonder dat het heel erg bedacht is. Kitsch kan voor mij soms net zo mooi zijn als kunst.
Je beoefent het vak inmiddels al vrij lang (vanaf 2004) Waar zit voor jou nog de uitdaging in?
Ieder affiche is weer een uitdaging. We hebben een mooie werkplaats, maar het is toch nog een beetje jaren ’70- achtig. De beperking zit ‘m vooral in de techniek. Alles is afhankelijk van de staat van het materiaal. Soms maak je een heel strak ontwerp, maar krijg je het er nooit zo uit qua drukwerk. Ook al kun je nog zo strak drukken, dat is wel een beperking. Verder krijg je soms door een te gek affiche van een collega wel eens een schop in je kloten, dat je denkt: shit, ik moet wel weer aan de bak, want ik begin in herhaling te vallen. Op een gegeven moment heb je een bepaalde manier van werken die je prettig vindt en goed bij je past. Tegelijkertijd kan het ook voor een soort gezapigheid zorgen, gaan we weer, weer zo’n ding. Daar worstel ik de laatste tijd een beetje mee, en dan word ik heel onrustig. Elke dag Chinees gaat ook vervelen. Als ik mezelf niet meer kan verrassen, slaap ik heel slecht. Dan probeer ik mezelf weer opnieuw uit te dagen door vrijer en losser te gaan werken. We krijgen hier zoveel creatieve ruimte, dan moet je die ook nemen. Het is de meest vrije opdracht die je als ontwerper ooit kunt krijgen; je mag het beeld helemaal zelf bepalen. Er wordt je niks opgelegd en er is geen censuur.
Je hebt in het Tattoomuseum geëxposeerd, hoe ben je in contact gekomen met Henk Schiffmacher?
Vorig jaar heb ik het Jailbreak-festival medegeorganiseerd: een festival over tattoos in een oude gevangenis in Leeuwarden. Een onderdeel daarvan was een expositie en daar hingen ook affiches van mij. Henk Schiffmacher was te gast op het festival en kwam de expo ook bekijken. Hij was onder de indruk, en vroeg of ik een affiche wilde maken voor zijn museum. Van het een kwam het ander, later vroeg hij ook of ik er wilde exposeren. Daar moest ik wel even twee keer over nadenken, want ik scheet wel een beetje in mijn broek. Tegelijkertijd was ik natuurlijk ook zeer vereerd. Het Tattoomuseum is voor mij een soort tempel omdat ik helemaal gek ben van tattoos. Uiteindelijk heb ik toch toegezegd en was het een soort thuiskomen. Ik ben nog nooit zo hartelijk ontvangen in een museum. De opening was tijdens de Amsterdamse museumnacht, dan heb je in een keer een enorme exposure. Normaal sta ik op een sinaasappelkistje, en nu stond ik tijdens de opening op een groot podium in de spotlights. Ik moest heel erg aan wennen aan al die aandacht, want ik ben een nuchtere Fries en doe gewoon mijn ding. Als je maar hard genoeg werkt en goed je best doet, dan kom je er wel en blijf je overeind!
Voor welke artiest zou je nog een affiche willen maken?
Pfff, dat is lastig te zeggen. Het gevaar is, wanneer je een band helemaal te gek vind, is dat je helemaal verkrampt, waardoor er een kutontwerp uitkomt. Ik merk dat ik het lastig vind om iets maken voor bands die ik op een voetstuk heb staan. Dan weet ik het niet meer, doordat ik dan veel te dicht op de huid zit. Dat is vergelijkbaar met dat je van je eigen partner minder kunt hebben, dan van andere mensen, omdat je veel closer bent. Ik bewaar liever wat afstand.
Hij begon in de tattoowereld als 18-jarig mannetje met een grafische diploma. Inmiddels, 17 jaar later staat zijn naam naast die van Henk Schiffmacher op de deur van zijn eigen shop. Eric ging op bezoek bij Tycho Veldhoen..
"Als ik mezelf niet meer kan verrassen met het maken van muziek en met vormgeven, dan pak ik een taxi en rijd ik weg. Dan hoef ik ook niet meer terug te komen"
Stop! It’s Hammertime! Vijf jaar na het verschijnen van het album Pajama Day slaat garageband Claw Boys Claw terug met hun nieuwste plaat ‘Hammer’. Enfant terrrible en frontman Peter te Bos (1950) belandde destijds toevallig in de band die dit jaar precies drie decennia bestaat. Wat veel mensen niet weten is dat Te Bos al meer dan vijfendertig jaar toonaangevend ontwerper is. Als hij niet zingt of liedjes schrijft maakt hij als grafisch ontwerper voor zijn bureau ‘Twizter’ boekcovers, cd-hoesjes, logo’s en tal van andere communicatiemiddelen. Lowlands is hierbij zijn visitekaartje. Ik ben benieuwd hoe hij deze twee métiers in godsnaam combineert en wat ze met elkaar gemeen hebben óf juist niet. Ik zocht deze aimabele garagepunker op in zijn studio midden in de Jordaan. Terwijl we het bierglas heffen zegt Peter te Bos zich een gezegend man te voelen en bovendien is hij nog lang niet uitgeput.
Inmiddels ben je al 35 jaar vormgever, hoe is dat ooit begonnen?
Eigenlijk al toen ik een mannetje van 4 jaar was. Toen was ik altijd al druk aan het krabbelen en tekenen. Als kleine jongen wist ik al dat ik reclametekenaar wilde worden, zo heette dat destijds. In tegenstelling tot mijn vriendjes, die allemaal de voorspelbare brandweerman of politieman wilde worden. Ik had meteen al zo iets van, als ik brandweer word, dan ben ik mijn hele leven alleen maar brandjes aan het blussen. Al heel vroeg wilde ik werk doen dat bestaat uit meer dan één ding. Op mijn twaalfde ging ik van de lagere school. Het advies van de hoofdschoolmeester luidde toen: ‘hij rekent niet zo goed, in taal is-ie ook niet al te best, maar hij is wel zeer bedreven in tekenen.’ Mijn ouders zeiden tegen me; ‘je moet maar naar de LTS toe jongen, want je bent te stom om naar een MULO te gaan.’ Toen ben ik naar de afdeling schilderen van de LTS gegaan. Dat heb ik goed doorlopen en ben vervolgens op mijn vijftiende de bouw ingegaan. Wat een merkwaardige keuze was, want ik had hoogtevrees. Ik stond dan ook met knikkende knieën en poep in de broek op de ladder. Maar ik moest geld verdienen, want ik wilde in het weekend natuurlijk ook gewoon goede pils kunnen drinken.
Wanneer ontdekte je écht het grafische vak?
Na anderhalf jaar was ik klaar met de bouw en kwam ik terecht bij een decoratiebureau in Alkmaar. Zij maakten stands voor tentoonstellingen en bioscoopreclames, die destijds nog werden geverfd. Dat decoratiebureau had ook een afdeling vormgeving, en dat was eigenlijk mijn eerste kennismaking daarmee. Ik vond het geweldig en heb daar een jaar of zes gewerkt. Toen kreeg ik verkering met een dochter van een hele lieve herenboer uit Schagen. Een boer op stand, die zei: ‘Peter, wil je nou altijd in het werk blijven zitten dat je nu doet? Het zou wel handig zijn als je er een vak naast gaat leren.’ Toen ben ik op zijn advies naar de grafische avondschool gegaan. Overdag zat ik in Alkmaar en s’ avonds volgde ik die opleiding een dag of vier in de week. Ik kwam steeds meer in aanraking met het grafische werk, en kwam zo steeds wat stapjes verder.
Je hebt toch ook voor Anton Beeke (Total Design) gewerkt?
Dat klopt. Toen ik de grafische school afmaakte, kwam ik bij het bekende ontwerpbureau Total Design terecht. Als boer uit Alkmaar stapte ik Total Design binnen met Zweedse muilen en een broekpak. Iedereen liep gniffelend langs me, maar dat kon me niks schelen. Ontzettend veel van geleerd, die periode. Dat bijvoorbeeld letters ook als beeld kunnen fungeren. Ik pas dat nog steeds veel toe in de logo’s die ik ontwerp en ook zelf ontwerp ik letterfonts. Die typografische kant interesseerde mij het meest. Tegelijkertijd heb ik de opleiding Rietveld gedaan. In totaal heb ik vier jaar bij Total Design gewerkt en toen werd het me teveel. Een kameraad zei, waarom ga je niet even naar het buitenland? Ik vond dat een goed idee en ben met mijn map naar Londen gegaan in de stromende regen. Uiteindelijk kwam ik bij een ontwerpbureau terecht en via via kon ik een kamer huren. Dat was helemaal de bom. Heb mijn baan opgezegd bij Total Design en twee jaar in Londen gewerkt bij Pentagram Design. Na die anderhalf jaar wilde ik toch graag de Rietveld Academie afmaken. Dat is toch het tuttige burgelijke Hollandse in mij en ben dus terug gegaan naar Amsterdam.
Hoe ben je bij Claw Boys Claw terecht gekomen?
Met een collega heb ik na mijn afstuderen een bureau opgestart, maar na een paar maanden was ik het al helemaal zat. Omstreeks die tijd ontmoette ik mijn huidige vriendin. Via haar broer John Cameron, ben ik in de band Claw Boys Claw gerold. Ik had al wat zangervaring omdat ik heel vroeger in een mannenkoor zat in Alkmaar. Dat deed ik eigenlijk alleen omdat ik de dochter van de groenteboer zo leuk vond. En die groenteboer was voorzitter van de mannenkoorvereniging Orpheus. In die tijd had Claw Boys Claw – heette destijds Combola - een zanger die niet rechtop durfde te staan. Laat mij maar eens wat dingen doen, zei ik tegen John. En spelenderwijs is dat toen zo gegaan. Ik heb altijd wel een soort urge gehad dat dingen eruit moeten. Ondanks dat ik altijd enorm veel last van stotteren had. Als je zingt dan is dat weg.
Zie je een parallel tussen je vormgeverschap en muzikantenschap?
Jazeker! Het vormgeverschap is een introverte aangelegenheid. Muziek maken heeft voor mij heel veel met het extraverte te maken. Het geluid dat je voortbrengt zit in je hele lijf. Wat ze met elkaar gemeen hebben, is de manier waarop ze bedreven worden. Tijdens het muziek maken, speelt John Cameron wat op zijn gitaar en ik brabbel daar wat op weg in steenkool Engels, puur gebaseerd op een paar fonetische klanken. Klanken die spontaan in mij opkomen en nog niks hoeven te betekenen. Deze worden meteen opgenomen, want ik vergeet ze ook weer snel: muziek maken is als gas. En dat doe ik met vormgeven ook. Voor een opdracht als Lowlands bijvoorbeeld, dan maak ik eerst heel veel schetsen. Aan de hand daarvan ontstaat langzaam een plan, en dus niet vanaf de vergadertafel. Ik werk vaak intuïtief. Deze creatieve processen hebben ontzettend veel met elkaar te maken. Een andere parallel tussen vormgeven en muziek maken is dat ik zowel mijn songs als grafische creaties namen geef. Hierdoor wordt het veel persoonlijker. De beeltenissen die ik voor Lowlands maak bijvoorbeeld. Het hoofdbeeld van Lowlands heb ik Rapid Razor Bob genoemd. Op die manier is-ie een soort Spokesman voor het festival, zoals Jan Smeets dat is voor Pinkpop. Kortom, dingen die ik tegenkom in vormgeven pas ik ook toe in het maken van muziek. En andersom. Vormgeven in de vorm van knippen en plakken en dat dan digitaliseren, zo gaat dat ook met mijn muziek.
Niet iedereen is altijd te spreken over de Lowlands-website. Krijg je hier veel klachten over?
De grootste klacht over de Lowlands-site is altijd, dat je er veel tijd in moet stoppen om de juiste informatie te vinden, maar een menu van een website mag best anders zijn! Ik beschouw de site als een soort voorpret. Ga dan naar ‘Vlapop’ of ‘Puddingpop’ als het je niet bevalt. Dit jaar vinden veel mensen de website over het algemeen goed te pruimen, maar dan heb ik meteen als zoiets van volgend jaar ga ik het anders doen. Er moet weer een nieuwe paaltje geslagen worden.
Doe jij naast Lowlands nog andere opdrachten?
Ik deed altijd veel opdrachten voor Muziek Centrum Nederland, een vrij grote opdrachtgever waar ik de huisstijl voor verzorgde. Dat bestaat tegenwoordig niet meer; door het snijden in cultuurgeld is dat uit elkaar gespat. Ik doe momenteel nog veel werk voor uitgeverijen, waarbij ik de boeken vormgeef. Maar omdat ik nu midden in de drukte zit van Claw Boys Claw, heb ik er iets minder tijd voor.
Hoe kun je deze twee tijdrovende bezigheden combineren?
Zo denk ik er niet over na, ik doe het gewoon. Ik geloof dat je heel hard moet werken en het talent dat je hebt moet uitbouwen. Mijn familie zegt steeds tegen mij: “jij hebt talent”. Flauwekul! Ik werk gewoon ontzettend hard en niemand krijgt cadeautjes. Af en toe krijg je een cadeautje in de vorm van een nummer dat in een kwartier af is, maar dat gebeurt je niet elke dag. Dat is ook met vormgeven zo, de dingen die ik maak zien er zo uit, omdat ik heel hard werk. Ik schud dat niet zomaar uit mijn mouw.
Ben je altijd op zoek naar vernieuwing in je werk?
De muziek van Claw Boys Claw klinkt elke keer anders, net zoals mijn Lowlands-artwork er elke editie weer anders uitziet. Daar hoef ik niet voor te waken. Zo zitten de karakters van de band in elkaar. Claw Boys Claw is altijd een band geweest die nooit tweemaal dezelfde cd maakt. Het is constant net iets anders. Net als de mensen een bepaalde sound gewend zijn, komen we toch weer met wat anders. Niet om de fans te pesten, maar omdat we ons willen ontwikkelen en andere dingen willen doen. Dat gebeurt ook met mijn ontwerpen voor Lowlands. Nu presenteer ik mijn schetsen aan de hand van filmpjes omdat de tijd er rijp voor is. Je moet jezelf constant wakker houden om niet in slaap te vallen. En jezelf constant verrassen, ik vind dat echt heel belangrijk. Als ik dat niet meer kan, dan stop ik er ook meteen mee. Als ik mezelf niet meer kan verrassen met het maken van muziek of met vormgeven, dan pak ik een taxi en rijd ik weg. Dan hoef ik ook niet terug te komen. Maar zover is het zeker niet, want op dit moment voel ik me heel erg gelukkig met hetgeen dat ik doe!
Waar haal jij je inspiratie vandaan voor je vormgeving?
Uit alles. Ik kijk altijd ontzettend goed om mij heen op straat: van kitsch, slecht ingerichte etalages tot uitgebalanceerde architectuur. Ik probeer altijd alles in mij op te nemen. Juist de uithoeken vind ik heel interessant en alles wat daar tussen hangt kan wat mij betreft gestolen worden. Ik vind het bijvoorbeeld heel inspirerend om op een vroege zondagochtend naar een schlagerprogramma te kijken op een Duitse zender. En dan zegt mijn vriendin na een kwartier “Te Bos, heb je nog niet genoeg gehad van die Heino- achtige tafeleren?”Nee dus, want daar kan ik echt niet genoeg van krijgen. Prachtige cultuurdingen, waar veel mensen een goed gevoel bij hebben. Dan raak je niet snel verveeld.
Heb je nog een toekomstdroom?
Ik hoop dat ik nog jaren vol energie op het podium kan staan. Niet alleen met rustige liedjes maar ook gewoon lekker brullen. Het maken van muziek is toch wel een grote factor geworden om me lekker te voelen. De totaliteit van de klank, de mentaliteit en het kippenvel dat je ervan kunt krijgen. Vormgeven heeft dat minder. Qua vormgeving zou ik meer willen filmen. Wat ik in elk geval heel belangrijk vind is dat je een werkomgeving voor jezelf creëert waarin je je goed voelt en je ei kwijt kunt. En of het dan later een betekenis heeft, dat is veel minder interessant. Het gaat mij echt om het moment.
Als je moest kiezen: vormgeven of muziek maken?
Nee, dat kun je mij niet vragen. Die twee hebben elkaar ontzettend hard nodig. De één fungeert als brandstof voor het andere. Ik voel me heel gefortuneerd dat ik beide kan doen, en dat het geen flauwekul is wat ik maak.
Mooi verhaal !
Dat hij ooit zou kunnen leven van wat hij maakt, had Louis Reith vroeger nooit durven dromen. De jonge Louis tekende graag en knutselde van flyers cd-hoesjes in elkaar voor zijn eigen muziek. Het waren zijn ouders die deze geboren creatieveling aanspoorden naar het grafisch lyceum te gaan. Van daaruit waren de eerste passen op het kunstenaarspad snel gezet....
Een carriere als kunstenaar was zeker geen vanzelfsprekendheid voor Jorrit Paaijmans. Hoewel zijn ouders geinteresseerd waren in kunst, kwam hij niet bepaald uit een artistiek milieu. Behalve wat sporadische bezoekjes aan tentoonstellingen van de oude meesters, bleef de kunstwereld een ver-van-zijn-bed-show. Op de middelbare school lonkte de kunstacademie. Omdat zijn MAVO-diploma niet meteen het gouden ticket was naar die opleiding, nam Jorrit een kleine omweg via het grafisch lyceum. Maar vijf jaar geleden studeerde hij af aan de kunstacademie in Utrecht én ontdekte hij Oost-Indische inkt.
Als je kijkt naar het werk van de jonge kunstenaar Wesley de Leeuw uit Amsterdam dan moet je wel blijven kijken en kijken. Zijn schilderijen werken hypnotiserend en roepen tot vragen op. Vragen die, als het aan hem ligt, onbeantwoord zullen blijven. "Het is juist leuk als mensen zelf een voorstelling kunnen maken van waar het schilderij over gaat. Als ik er bijvoorbeeld 'fietsbel' onder zou zetten, dan gaan mensen daar juist naar zoeken en dat is zonde."
Artiesten lopen met hem weg en het televisieprogramma Man bijt hond vond Henk Zielman en zijn 'record-art' zelfs bijzonder genoeg om enkele filmpjes aan hem te wijden. Het is de muziek en alleen de muziek die hem ertoe bracht te beginnen met deze vinylkunst. Zoals hij zelf zegt: 'deze kunstvorm kun je alleen uitoefenen als je bezeten bent van muziek. It's only rock-'n-roll but I like it.'
Achter een bijzondere vrouw met een bijzondere naam schuilt een bijzondere kunstenares. Pyhai uit Amsterdam begon ooit met een theaterstudie aan de HKU en ontdekte daar dat ze vooral verhalen wilde vertellen in beeld. In tekenen, ontwerpen, schilderen en het illustreren van kinderboeken vindt ze uiteindelijk haar passie. Dat heeft tot nu toe geresulteerd in meerdere kinderboeken met illustraties van haar hand. Ook brengt ze inmiddels haar ervaring over op anderen, door les te geven op de Hogeschool van Amsterdam. Daarnaast is Pyhai op dit moment druk bezig met de voorbereidingen op een nieuwe reeks schilderijen.
Striptekenen in school- en wijkkrantjes, dat deed Sander Kloppenburg toen hij 16 was. Ook was hij als WNF-ranger fanatiek bezig met natuur en milieu. Maar wat hij nou precies na het VWO moest gaan doen? Geen idee! Bijna was hij gezwicht voor een zware academische studie op het natuur-, wis-, of scheikunde vlak, maar Sander ontdekte een studie aan de HKU waarmee hij technieken als 3D-computeranimatie en visuele effecten kon leren. Zoals hij zelf zegt: "Ik leer liever hoe ik werelden kan creëren in plaats van ze te onderzoeken." Inmiddels is Sander al weer een paar jaar succesvol aan de slag als videokunstenaar. Maak kennis met de wereld van Sander Kloppenburg.
Als je 'Art' heet dan is een toekomst in de kunst eigenlijk niet meer dan vanzelfsprekend. Toch was het voor Art van Triest helemaal niet zo logisch dat hij kunstenaar zou worden. Op school blonk hij niet persé uit in het vak tekenen. Toch voelde Art instinctief aan dat hij op zijn plek zou zijn in de kunstwereld. Hij besloot dan ook om na de middelbare school naar de kunstacademie te gaan. Dat bleek een juiste beslissing, want daar ontdekte hij wat hij in zich had. En dat is niet bepaald stereotype.
Wat zou er gebeurd zijn als Ellemieke Schoenmaker en Alex Jacobs elkaar in 2003 niet hadden ontmoet tijdens een Oud en Nieuw-feestje? Behalve dat ze dan waarschijnlijk niet elkaars geliefden waren geworden, had de wereld een bijzonder kunstenaarsduo misgelopen. Maar gelukkig ontmoeten ze elkaar wel op dat bewuste feestje, kregen ze een relatie en na een paar jaar ontstond het idee om samen te gaan werken. In eerste instantie met Ellemieke als assistente van Alex, bij een groot project van hem in LA. Daar aangekomen bleek de samenwerking zo goed te bevallen, dat ze besloten door te gaan als duo, met als uiteindelijke naam V&B.
Na een paar jaar als freelance illustrator te hebben gewerkt, vond Chris Berens (afgestudeerd illustrator aan de Akademie voor Kunst en Vormgeving in 's-Hertogenbosch) het tijd om zelf te gaan exposeren. De reacties daarop waren zo goed, dat hij besloot zich er volledig op te gaan storten. Jaski Art Gallery kocht een van zijn werken. En de huidige eigenaren van deze zelfde galerie hebben Chris inmiddels officieel 'binnengehaald.' Ook heeft Chris in de afgelopen jaren veel buitenlands succes beleefd.
Foto: Bénédicte Latipau
Er is pas een nieuwe expositie van je geopend. Wat is er te zien?
"Het thema is Amsterdam. Als ik een buitenlandse expositie heb, gebruik ik vaak de stad in kwestie als decor. Het thema van de show is vaak een heel persoonlijk verhaal, iets wat op dat moment in mijn leven speelt. Dit keer is er niet zo zeer een persoonlijk verhaal, maar omdat ik wel kan zeggen dat Amsterdam mijn hart heeft gestolen, en Amsterdam ook hier het decor is, is het toch een hele persoonlijke show geworden. Het is het Amsterdam van een gedroomd verleden. Het lijkt op Amsterdam zoals het eruit gezien moet hebben rond 1880, maar gezien door een sterk vervormde lens. Gezien door mijn eigen ogen, mijn persoonlijke verbeelding. Het is mijn Amsterdam."
Je schilderijen en inkttekeningen verraden een dromerig iemand. Was je dat altijd al?
"Ik was vroeger al een dromer. Omdat ik zo getraind ben om mijn eigen fantasiewereld om te zetten in iets tastbaars, in mijn geval schilderijen, ben ik het grootste deel van de dag aan het dromen. De kale realiteit vind ik vaak ook niet genoeg. Ik geniet met volle teugen van mijn leven, het is niet zo dat ik met mijn fantasie de realiteit wegdruk, maar het geeft alles juist een extra laag. Dat heb ik mijn hele leven al gehad. Ik was een redelijk sociaal kind, vrolijk en had genoeg vriendjes, maar ik droeg altijd die andere wereld met me mee. Ik had denkbeeldige figuren (meestal dieren, en vaak waren ze wit) op mijn schouder zitten. Zo vlogen naast me, kropen onder mijn voeten in de aarde en zweefden boven de wolken."
Wie of wat verbeelden de bijzondere plaatjes en wezens in je werken precies?
"Mijn diepste binnen. Ze verbeelden eigenlijk precies wat ze laten zien, de figuren in de wereld waarin ze leven, met als extra laag misschien wel een verlangen naar de wereld die je daar ziet afgebeeld. En de hoop dat die er is, de hoop dat we inderdaad alleen maar het oppervlak kunnen zien, maar op een weergaloze ijsberg staan in een oneindig grote ruimte."
Jouw dochter, Emma Leeuwenhart, speelt ook een bijzonder grote rol in je kunst?
"Ja, ze speelt een hoofdrol in mijn leven, daardoor speelt ze een belangrijke rol in mijn kunst. Soms als letterlijke afbeelding en soms met een kleine verwijzing. Datzelfde geldt voor mijn verloofde, Esther. Ze is onderdeel van mij, van binnen van buiten, en door en door in elke vezel."
Hoe ontstaat een idee bij jou?
"Een idee onstaat doordat ik al schilderend en schetsend een sfeer vind die nieuw voor me is, waar ik dan nieuwsgierig naar word en die ik verder ga blootleggen. Een idee voor een show onstaat vaak uit een leegte die ik wil opvullen, een gemis, of een heimwee naar iets onbestemds waarvan ik wil weten wat dat is. Zoals mijn nieuwe show Amsterdam. Ik woon en werk in Amsterdam. Voor mij ligt er een warme deken over die stad. Een deken uit het verleden, eentje die alles van het hier en nu net iets mooier maakt. Ik voel me ook altijd onderdeel van dat rijke, prachtige verleden van Amsterdam. Waar ik maar een heel klein deel van ken, de rest vul ik naar hartelust en geheel naar eigen inzicht in. Bijna alles wordt grauw en veel minder aantrekkelijk als het regent. Amsterdam is daar een uitzondering op. De natuur overigens ook."
Voorbeelden voor jou zijn de grote meesters Rembrandt en Vermeer. Welke overeenkomsten heb je met hen? En waarin verschillen jullie?
"We verschillen een paar honderd jaar vooral. Wat niet wil zeggen dat ik me ooit zal vergelijken met een oude meester hoor. Maar een verwantschap voel ik zeker. Ook zij schilderden wat ze zagen, maar niet alleen door hun ogen, heb ik het gevoel. Ze schilderden wat ze met al hun zintuigen zagen, nog aangevuld met hoop, verlangen, heimwee en andere persoonlijke emoties, waardoor het meest droge tafereel van een wonderlijke vreemdheid werd en tegelijk van een bepaalde oprechtheid, omdat het uit iemands binnenste komt, omdat het geen bedachte stijl of concept is maar een directe vertaling van iemands belevingswereld."
Hoe reageren andere mensen op wat je maakt?
"De reacties lopen heel sterk uiteen. Ze zijn vrijwel altijd positief. Hoewel ik vaker dan ik zelf zou willen mijn techniek uitleg. Wat ik uiteraard heel goed begrijp, maar het is jammer als die techniek, die uiteindelijk maar gewoon een techniek is, in de weg gaat staan van echt naar het werk kijken. Maar de reacties zijn erg uiteenlopend, omdat ze bijna altijd uit persoonlijke hoek komen. Er is altijd een blik van een figuur die iemand doet denken aan een moeder, vader, vriend of iemand anders die ik zelf nog nooit gezien heb. Of een sfeer die ze aan vroeger doet denken, aan het land waar ze zijn opgegroeid."
Je hebt het zelfs geschopt tot Amerika met je werken. Hoe is je dat gelukt?
"Ja, daar heb ik denk ik veel geluk mee gehad. Na een paar jaar in Amsterdam te hebben geëxposeerd, maakten we een overzichtsboek en stuurden dat rond naar galeries waar we bewondering voor hebben, maar ook naar persoonlijke helden als filmmaker Tim Burton, band Radiohead, etc. Daar werd heel erg veel en enthousiast op gereageerd, en zo vonden we een galerie in Seattle (Roq La Rue) waar het heel fijn mee klikte en die heel graag een show met me wilde doen. Na de eerste expositie daar, kwamen we in contact met een galerie in New York die ook erg graag wilde en zo is het balletje gaan rollen."
Is het moeilijk om als kunstenaar ook over de grenzen succes te hebben?
"Ik weet niet of het moeilijk is succes te hebben over de grenzen. Ik kan wel zeggen van niet, omdat het mij is gelukt, maar dat soort dingen zijn altijd een samenloop van veel omstandigheden, timing, etc. Het is wel zo dat sinds het internet er is, de grenzen natuurlijk erg aan het vervagen zijn. Een galerie in Tokyo is praktisch even bereikbaar als een galerie om de hoek. Er wordt ook veel meer 'openbaar' gepraat over kunst en kunstenaars, kunst wordt ook steeds makkelijker over het internet gekocht, dus een fysieke ontmoeting is niet altijd meer noodzakelijk. In geval van kunst is het meer zo dat de groepen die zich vormen, zich om bepaalde stromingen en subculturen vormen, dan dat ze zich houden aan landgrenzen."
Twee jaar geleden vroegen Debbie Harry en Chris Stein je om de hoes van de nieuwe plaat van Blondie te ontwerpen. Een eer om te doen?
"Een onbetwiste eer. We hadden al veel contact omdat ze allebei al wat werken van me hadden gekocht. We mailden op een gegeven moment dagelijks. Rond de tijd dat ze met de opnames bezig waren, had ik een show in NY, dus daar ontmoetten we elkaar en vroegen ze me de platenhoes te schilderen. Het was niet zozeer spannend om te doen omdat ik wist dat ze me vroegen omdat ze mijn werk mooi vinden en niet omdat ze bepaalde onuitgesproken of onuitvoerbare verwachtigen van me hadden. Omdat het schilderen en de opnames van de plaat simultaan verliepen, stuurde ik mijn vorderingen aan het eind van de dag op per mail, en zij deden hetzelfde met nieuwe nummers en ongepolijste ideeen. Die ik vervolgens weer meenam in mijn werk. Dus het was een heel organische samenwerking. Erg plezierig om te doen."
Heb je een doel voor ogen met je kunst?
"Ik wil laten zien wat zich allemaal in mijn hoofd afspeelt. Maar door die taferelen om te zetten in tastbare beelden, wordt het voor mezelf ook allemaal veel helderder en bovendien gaat het daardoor nog allemaal veel sneller stromen. Ik hou dus mijn eigen fantasie op gang en breng die almaar in een hogere stroomversnelling. Ik kan het dus wel 'het bevredigen en in stand houden van een verslaving' noemen."
Waar is je werk op dit moment te zien?
"Er is altijd wel wat werk van me in stock in Jaski Art Gallery in Amsterdam."
wil ik wel aan mn muur hoor, heel nijs..
In 1 woord GEWELDIG!
Krista Peters studeerde drie jaar geleden af als theatermaker. Zolang als ze zich kan herinneren wil ze een vertaalslag maken van alles wat ze om zich heen ziet. Na haar afstuderen begon ze dan ook met 'Het Verhalenmuseum.' Een mobiel museum waarin ze waargebeurde verhalen verzamelt, om die vervolgens weer door te vertellen. Die verhalen worden door haar verteld aan de hand van een, door andere mensen geschonken, voorwerp aan het museum. Indirect kwam ze door dit project op het tamelijk geniale idee om kunst te gaan maken aan de hand van op straat gevonden voorwerpen.
Heel erg cool, erg leuke website heeft ze ook. Toch tof wat voor gave dingen mensen kunnen maken met "afval" .
Dave de Vries is een Amerikaans kunstenaar met Nederlandse roots. Die roots liggen wel erg ver in het verleden en hij is ooit maar één keer in Nederland geweest. Dave woont en werkt in New York. Hij is illustrator voor onder meer Universal, DC Comics en Marvel waarvoor hij onder andere storyboards maakt. Naast zijn werk als illustrator is hij een bijzonder project gestart onder de naam: themonsterengine.com. Ik struikelde daarover op het internet en was meteen gegrepen door wat hij maakt. Wat die Monster Engine inhoudt, vertelt hij me op een vroege donderdagochtend in maart.
“Eigenlijk ben ik er bij toeval mee begonnen in 1998. Ik werkte al jaren als illustrator en had altijd een schetsboek bij me. Als een soort dagboek. Alles wat ik zag wat de moeite waard was, tekende ik. Ook om beter te worden en te oefenen. Op een dag was ik met mijn nichtje Jessica van zes jaar oud naar het strand en ik ging zwemmen. Ik legde mijn schetsboek weg en toen ik terugkwam zat Jessica erin te tekenen.”
“Omdat het echt als een soort dagboek voelde, was dat heel erg confronterend. Ze mocht daar eigenlijk helemaal niet in kijken, laat staan in tekenen. Daarbij zat ze er grof in te harken zoals kinderen dat doen. Grote doorgedrukte halen en krassen. Het stelde wel wat voor maar ik zag het in eerste instantie voornamelijk als een grove schending van mijn privacy, haha. Toen ik over dat gevoel heen was, keek ik er eens goed naar en zag wat ze in mijn schetsboek had getekend. Daar ben ik toen mee aan de slag gegaan.”
“Kindertekeningen zijn per definitie af. Als een kind een tekening weglegt en een ander stuk papier pakt dan is die ene tekening klaar. Als je dan vraagt om er wat bij te maken dan kijken ze je vaak vreemd aan. Ik ga uit van die afgeronde tekening. Al zijn het maar een paar strepen of aanzetten tot een figuur. Daarmee ga ik met alles wat ik kan en heb geleerd in de loop der jaren qua belichting en schaduwvorming aan de haal. Ik ‘render’ die tekeningen. Ik maak ze niet af, ik verbeter ze niet. Ik ‘render’ ze. Ik maak ze zogezegd tot iets anders. Ik maak ze tot een onderdeel van mijn wereld, een wereld die Monster Engine heet.“
“The Monster Engine is zeker niet eng. Het is een verbeelding van een fantasie op basis van kindertekeningen. Het is een andere wereld. Een denkbeeldige wereld vol mogelijkheden en spanning, waar eigenlijk alles kan. ”
“Haha, dat komt door mijn, zoals ik het noem, Schwarzenegger Lightning. Die is inderdaad soms een beetje spookachtig omdat ik met veel hard contrast en schaduw werk, zodat je niet altijd alles goed kunt zien. En dat vinden volwassenen soms eng. Het is mijn ervaring dat de kinderen van wie ik de tekeningen heb gebruikt daar helemaal geen last van hebben. Ouders soms wel, maar als ze dan de reactie van hun kind zien is dat vaak wel over.”
“Nee, totaal niet. Er is wel een discussie geweest waarin een kinderpsycholoog van leer trok en mij verweet dat ik kinderen de loef afstak met mijn tekeningen. Dat ik zou laten zien dat ze er eigenlijk niets van kunnen. Dat is nou echt het laatste wat ik doe maar ik begreep wel waar dat over ging. Ik heb zelf een zoon van 4 jaar. Laatst zaten we aan tafel en toen vroeg ik: “Zullen we een trein tekenen?” Dus hij begon aan een trein en ik ook. Toen we klaar waren en hij mijn mooi getekende trein zag werd hij boos, keek naar zijn eigen trein en verscheurde hem. Dat was een fout van mij. Ik noem dat Parallel Drawing. Tegelijk hetzelfde tekenen als een kind maar het dan veel beter doen. Dat geeft inderdaad een scheve verhouding en laat het kind voelen dat het niet kan wat jij kan, maar met de tekeningen in The Monster Engine is dat totaal anders. Die zijn af en ik maak er iets ‘anders’ van. Ik heb daar nog geen boos of verdrietig kind bij meegemaakt.”
“Technisch gezien niet, maar inhoudelijk ben ik zeker wel anders gaan kijken. Kindertekeningen zijn genadeloos eerlijk en feilloos getekend. Er staat vaak niets teveel op. Kinderen versieren alleen waar dat nodig is omdat ze alleen zichzelf als referentiekader gebruiken. Ze maken die tekening alleen voor zichzelf en wat jij ervan vindt komt echt op de tweede of soms de derde plaats. Als je als illustrator werkt, werk je meestal in opdracht en dan is dat vaak een beetje andersom. “
“Dit is mijn levenswerk. Ja, zo mag je het wel zien. The Monster Engine is een hele wereld aan het worden. Een wereld die alleen door kinderen kan worden gezien en die op allerlei manieren kinderen kan helpen, ze aan het lachen kan maken of ze onderdak kan bieden én ze mooie dingen kan laten beleven. Het is ook de bedoeling dat die Monster Engine wereld verder gaat dan alleen de geschilderde werken die ik maak. Het is langzaam maar zeker een totaalconcept aan het worden met onder andere plannen voor een film. Een wereld waar 32 Monster Engines bestaan die ’portals’ zijn naar die andere wereld. Een soort Narnia maar dan helemaal zoals ik het verbeeld. Nee, hier ben ik nog wel even mee bezig. Ik heb het gevoel dat ik als kunstenaar gevonden heb waar ik altijd naar op zoek was, en dan maak ik het af ook, haha.”
De website van Cortonville is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. Er wordt uiterste zorg besteed aan een zo compleet, correct, actueel en toegankelijk mogelijk aanbod van informatie. Cortonville is echter niet aansprakelijk voor enige directe of indirecte schade die zou kunnen ontstaan door het gebruik van de op deze website aangeboden informatie. Aan de inhoud van deze website kunnen op geen enkele wijze rechten worden ontleend of aanspraken worden gemaakt.
De volledig website is het exclusieve eigendom van Cortonville BV. Zij geeft de bezoeker van deze site de toestemming om de opgenomen gegevens te kopiëren, af te drukken en aan te wenden onder de voorwaarde dat deze gegevens louter voor informatieve doeleinden van de bezoeker worden aangewend, en met uitsluiting van elke verdere verveelvoudiging, distributie, commercialisatie of exploitatie onder derden. Daar waar Cortonville met het gebruik van tekst-, beeld-, audio- of videomateriaal inbreuk maakt op het auteursrecht van een derde is dit onbedoeld. De vermeende rechthebbende wordt in dat geval verzocht contact met ons op te nemen.
Persoonlijke gegevens die u eventueel aan Cortonville verstrekt, worden opgenomen in de database van Cortonville. Deze gegevens worden door Cortonville gebruikt voor administratieve doeleinden en gepersonaliseerde informatie-en promotiecampagnes i.v.m. onze producten/diensten. U beschikt over een inzage-, correctie- en verwijderingsrecht. Uw gegevens worden niet aan derden overhandigd.
Cortonville gebruikt de verzamelde gegevens om gebruikers en klanten de volgende diensten te leveren:
Cortonville zal uw persoonlijke gegevens niet aan derden verkopen en zal deze uitsluitend aan derden ter beschikking stellen die zijn betrokken bij het uitvoeren van uw bestelling. Onze werknemers en door ons ingeschakelde derden zijn verplicht om de vertrouwelijkheid van uw gegevens te respecteren.
Cookies zijn kleine stukjes informatie die door uw browser worden opgeslagen op uw computer. Cortonville gebruikt cookies om u te herkennen bij een volgend bezoek. Cookies stellen ons in staat om informatie te verzamelen over het gebruik van onze diensten en deze te verbeteren en aan te passen aan de wensen van onze bezoekers. Onze cookies geven informatie met betrekking tot persoonsidentificatie. U kunt uw browser zo instellen dat u tijdens het winkelen bij Cortonville geen cookies ontvangt.

Er zijn nog geen reacties geplaatst